Heeft een kind van een Nederlandse vader en geboren in Marokko tijdens een destijds bestaand bigaam huwelijk recht op het Nederlanderschap?

5 okt, 2016 | Nieuws

Op 18 augustus 2016 heeft de rechtbank Den Haag besloten om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad over deze kwestie.

De reden hiervoor is dat er door verschillende rechters anders wordt geoordeeld over de vraag of uit een buitenlandse geboorteakte (in deze zaak betrof het een Marokkaanse geboorteakte) voldoende blijkt dat er een afstammingsrelatie/familierechtelijke betrekking is aangetoond tussen de betreffende vader die op de geboorteakte als zodanig staat vermeld en het kind.

In Nederland worden bigame (of polygame) huwelijken in principe niet erkend, omdat dit in strijd zou zijn met de Nederlandse openbare orde. Het standpunt van de Immigratie- en Naturalisatiedienst in deze zaak is dat de familierechtelijke betrekking tussen vader en kind dat geboren is uit een bigaam huwelijk, in Nederland evenmin wordt erkend. Met andere woorden: in Marokko is de vader die op de geboorteakte staat vermeld wel de vader van het kind, maar in Nederland wordt hij niet als diens vader beschouwd; althans de familierechtelijke betrekking is hiermee niet komen vast te staan.

Op grond van artikel 3 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) is het kind Nederlander van wie de vader of moeder ten tijde van zijn geboorte Nederlander is.

Nu er volgens de IND volgens Nederlands recht geen familierechtelijke betrekking tussen het kind en diens vader is aangetoond; heeft het kind ook niet automatisch het Nederlanderschap verworven.

De rechtbank heeft besloten de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen (samengevat):

1. Dient bij de beoordeling van de vraag of een in het buitenland vastgestelde familierechtelijke betrekking (zoals uit de geboorteakte blijkt) in Nederland kan worden erkend eerst de voorvraag gesteld te worden of de daaraan ten grondslag liggende rechtsverhouding (huwelijk tussen de ouders) in Nederland kan worden erkend?
2.In hoeverre spelen artikel 10:9 BW en artikel 3 IVRK hierbij een rol?
3.Als de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, brengt dan het feit dat het (oorspronkelijk bigame) huwelijk inmiddels wordt erkend omdat het eerdere huwelijk is ontbonden, met zich me dat ook de uit het huwelijk ontstane familierechtelijke betrekking met terugwerkende kracht tot de geboorte moet worden erkend, al dan niet in het licht van artikel 3 IVRK?
4. Maakt het voor de beantwoording van de vorige vragen uit of het al dan niet gaat om toepassing van RWN?

Als deze vragen door de Hoge Raad positief worden beantwoord, zal dit voor een doorbraak in het nationaliteitsrecht zorgen. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen in deze zaak.